
Bij hun moeder kunnen het kleine jongetje en zijn broertje niet blijven. Ook niet als er een nieuwe vader in het gezin komt. Het zijn de moeilijke jaren vijftig, het gezin leeft in armoede en de ouders kunnen de situatie niet aan. De kinderen worden uit huis geplaatst en komen terecht in een tehuis. Ze komen in verschillende groepen terecht en mogen niet of nauwelijks contact hebben met elkaar. Het leven van het jongetje voltrekt zich in een kille, ijzeren regelmaat, waaraan nauwelijks valt te ontsnappen. Als op een goede dag een echtpaar zich in het tehuis meldt, neemt het leven weer een nieuwe wending. Het kind wordt een man en de pleegmoeder maakt daar gebruik van. Op subtiele, suggestieve wijze weet Willem Knaap (1956) in dit boek invoelbaar te maken wat hij in zijn jeugd heeft moeten doormaken. HET KIND MET VIJF NAMEN is een literair kleinood en een indringende getuigenis ineen.
Fijn dat je er bent! Onze website maakt gebruik van cookies om de website te verbeteren. Door op ‘Zelf instellen’ te klikken, kun je meer lezen over onze cookies en je voorkeuren aanpassen. Als je klikt op ‘Accepteer alle cookies’ ga je akkoord met het gebruik van alle cookies zoals omschreven in onze Cookieverklaring.